Hanneke's dilemma's: Van incidentreflex naar ruimte voor gezond verstand en vakmanschap
In Nederland streven we voortdurend naar een betere, veiligere en eerlijkere samenleving. Dat is iets om trots op te zijn. Maar ik zie ook dat gaandeweg het vermogen om te vertrouwen op gezond verstand en op de bedoeling van beleid onder druk is komen te staan.
Het probleem zit niet in één regel, één toezichthouder of één controlemechanisme. Het is de optelsom die leidt tot een systeem dat log, kostbaar en soms zelfs contraproductief wordt. Regels die op zichzelf begrijpelijk zijn, stapelen zich op, na elk incident, na elke audit, na elk politiek signaal, tot een web van verplichtingen. Hierdoor zijn vooral bezig met het voorkómen van fouten in plaats van het mogelijk maken van vooruitgang of het uitvoeren van hun vak.
Als er iets gruwelijk misgaat, willen we te allen tijde voorkomen dat dit nog een keer gebeurt. Die bedoeling is goed en menselijk en begrijp ik helemaal. Maar de regelreflex die dit oproept, brengt ons vaak verder weg van de oorspronkelijke bedoeling, in plaats van dichterbij.
De incidentreflex: sturen op heftige, maar zeldzame gebeurtenissen
Een incident leidt al snel tot nieuwe voorschriften, aangescherpte handhaving of extra registratie. Maar de vraag die we ons te weinig stellen is: maakt deze nieuwe regel ons écht veiliger? Of creëren we vooral extra lasten en onbedoelde effecten?
De praktijk laat zien dat het eerste vaak onduidelijk blijft, terwijl het tweede vrijwel zeker is: meer formulieren, meer controles, en meer kosten. Geld dat we ook kunnen inzetten voor meer vakmensen die naast onze huurders staan en maatwerk leveren.
Ook in de sociale woningbouw wordt er ontzettend veel gereguleerd, gecontroleerd en toezicht gehouden. En hou me ten goede, dat is belangrijk. Er gaat veel geld om in de sector, we hebben een enorm maatschappelijk belang te dienen. En ja, in het verleden is er wel eens wat grondig misgegaan. Maar het stapelen van regels helpt niet. Het verlamt ons, kost te veel tijd en geld en werkt remmend.
De brand in Arnhem: een tragisch voorbeeld en een voorspelbaar patroon
De brand in de Arnhemse flat in 2020 is een schrijnend voorbeeld. Er vielen vier dodelijke slachtoffers nadat kinderen met vuurwerk hadden gespeeld. Een oud bankstel dat in de hal stond om weggegooid te worden, vatte vlam.
Hoewel het gebouw aan de brandveiligheidseisen voldeed en het om een uitzonderlijk incident ging, leidde het toch tot een keten van maatregelen:
Vluchtroutes in woongebouwen moeten altijd al vrij blijven. Daarbij moeten alle spullen die brandgevaarlijk zijn, weg uit de woongebouwen. Dat betekent dat in hallen, gangen en entrees geen brandbaar meubilair, decoratie, fietsen, scootmobielen, huisvuil of bijvoorbeeld kerstbomen mogen worden neergezet. Het naleven van deze regels is de verantwoordelijkheid van de gebouweigenaar; in ons geval dus van ons, de woningcorporatie. De brandweer controleert streng op naleving van de regels.
De bedoeling is duidelijk: nooit meer slachtoffers door brand in een woongebouw.
Maar de onbedoelde effecten zijn groot:
- Veel ureninzet van buurtbeheerders op handhaving. Hierdoor is er minder tijd voor leefbaarheidsissues en weinig tot geen ruimte voor eigen inbreng of vakmanschap.
- Onbegrip bij bewoners die soms al decennia zorgden voor een gezellige verdieping of hal: elk plantje en elk schilderijtje moet weg. Over scootmobielen nog maar te zwijgen.
- Het weghalen van een bankje betekent: geen ontmoetingsplek meer, niet meer even kunnen zitten terwijl je op de belbus wacht, et cetera. Uiteindelijk leidt dit tot minder sociale contacten en meer eenzaamheid, iets waarvan inmiddels wetenschappelijk bewezen is dat het gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.
- Een kostenpost van miljoenen euro’s voor zowel extra handhaving als voor het vervangen van allerlei kleine materialen, zoals schroeven, glas en panelen, door brandveiligere varianten.
Het resultaat: meer regels, meer kosten, minder leefbaarheid, minder ontmoetingen nog steeds geen zekerheid dat dit soort tragische incidenten worden voorkomen.
De paradox van risicobeheersing
Wie alle risico’s wil uitsluiten, creëert vaak juist nieuwe risico’s. Een voorbeeld: als je kinderen met de auto naar school brengt uit angst voor verkeersgevaar, draag je bij aan extra verkeersdrukte én daarmee aan extra onveilige situaties. Bovendien worden kinderen zo minder verkeersvaardig en daarmee ook kwetsbaarder voor ongelukken. Het risico van alle risico’s willen uitsluiten is dat er voor elk probleem dat je oplost, er twee nieuwe ontstaan.
Waarom dit nu niet langer houdbaar is
De maatschappelijke opgaven zijn té groot:
- de woningnood
- de betaalbaarheid van wonen
- de energietransitie
- de sociale cohesie in kwetsbare wijken
We kunnen deze uitdagingen niet aangaan met een systeem dat gebaseerd is op schijnveiligheid, angst, stapeling van regels en detail controle. Juist de mensen die nu hun tijd kwijt zijn aan vinkjes zetten, hebben we hard nodig om echte resultaten te boeken op deze opgaven. We hebben professionals nodig die ruimte hebben om te handelen, te improviseren en te beslissen. Professionals die het niet verleerd zijn om hun gezond verstand te gebruiken en passende oplossingen te vinden. Professionals die niet op zoek gaan naar een checklist of en protocol als er wat misgaat, maar snel kunnen bedenken hoe we het beste weer vooruit kunnen.
Een pleidooi voor gezond verstand
De samenleving staat of valt niet met het uitsluiten van elk risico, maar met het versterken van het vermogen om verstandig te handelen. Want als er écht iets gebeurt, een geopolitieke crisis, een natuurramp, een pandemie, dan hebben we mensen nodig die:
- kunnen improviseren
- snel en verstandig kunnen handelen
- problemen oplossen die niet in protocollen passen
- verantwoordelijkheid durven te nemen
Want de echte rampen, kunnen we niet of nauwelijks voorkomen en die passen niet en protocollen. Geef vakmensen die ruimte terug, voor ze verleerd zijn te vertrouwen op hun gezond verstand en vakmanschap. Laat hen niet verdwalen in papieren systemen en angstgedreven beleidsvorming. De opgaven zijn té urgent en de sector té waardevol om vast te blijven zitten in een systeem dat voornamelijk gericht is op controle. Het is tijd voor minder regels en meer bedoeling, voor minder angst en meer vertrouwen, voor minder protocollen en meer gezond verstand en vakmanschap!
Groet van Hanneke
